werkgroep fossielen
Donderdagd 27-11-2025
Inleider: Henri Jansen
Onderwerp: Op het spoor van de ichnologie
Aantal leden: 13
Dick opent de avond met een korte inleiding over de betekenis van Henri voor dit onderdeel van de paleontologie.
Henri is vooral in geïnteresseerd in vondsten uit de plaats Miste bij Winterswijk.
Hier zijn in een bepaalde grondlaag vele fossiele schelpen te vinden en hij heeft van dat materiaal een forse collectie opgebouwd. Aan deze fossiele schelpen doet Henri onderzoek. We gaan nu dus:
Op het spoor van de ichnologie.
Wat is ichnologie?
Ichnologie is de tak van de van de paleontologie die zich bezighoudt met het bestuderen van sporenfossielen of ichnofossielen. Deze fossielen zijn gefossiliseerde sporen van biologische activiteit, zoals afdrukken of gangen, in plaats van overblijfselen van het lichaam zelf. De term 'ichno' komt uit het Grieks en betekent 'spoor'.
In deze lezing gaat Henri aan de hand van een aantal voorbeelden dieper op de materie in.
Hoe is Henri in de ichnologie terecht gekomen? Via een vondst in Miste (foto 0) is Henri zich gaan verdiepen in het “aanvallen” van schelpen door predatoren.
Op foto 1 staat een schelp die maar liefst 8 keer is aangevallen door een predator.Toen Henri begon te zoeken op de term “track” begonnen de “problemen”. Uiteindelijk kwam Henri op het “juiste” spoor qua term.
Om systematisch te werk te gaan nam Henri 4 stellingen van Prof. Nico Tinbergen ter harte (zie foto 2). Aan de hand van deze stellingen komt de cirkel van foto 3 in beeld.
Aan de hand van deze cirkel laat Henri zien wat voor typen fossiele sporen er zijn en hoe ze zijn ontstaan.In de onderstaande foto’s ( 4 t/m 9) zijn verschillende voorbeelden uit de ichnologie te zien.Bij foto 9 kun je zelfs een schelp zien die maar liefst op 8 verschillende wijzen is aangevallen.
Het was een hele leerzame lezing, ook voor leden die fossielen niet primair als eerste keuze hebben.
Lezing werkgroep Fosielen 26-03-2026
Werkgroepavond Fossielen
Inleider: Dick Schlüter ipv Achim Schwermann (ivm persoonlijke omstandigheden)
Onderwerp: Happisburgh en Sheppy Island; de eerste Europeanen en hun leefomgeving
Aantal aanwezig: 18 leden
Dick kreeg op 26 maart jl een late afzeggen van het Schwermann ivm persoonlijke omstandigheden. Gelukkig had Dick nog een lezing op de plank liggen en hield hij deze.
In de inleiding van zijn lezing vertelde Dick wat over Happisburgh en Sheppy Island en de vondsten die er zijn gedaan; zowel archeologische- , fossiele-vondsten en gevonden mineralen.
Deze vondsten kun je op de foto’s zien.
Het Pleistoceen werd als eerste behandeld want uit dat tijdperk zijn archeologische- en fossiele vondsten van ca 2,5 miljoen jaar oud gedaan. Vooral aan de kust, deze is door storm en stroming sterk geërodeerd.
Ook kun je hier mooie mineralen vinden zoals seleniet en bariet.
Happisburgh
Ook hier is, zoals bijna langs de hele zuidoost kust van Engeland, de kustlijn sterk geërodeerd. Hierdoor kun je aan het strand vele archeologische vondsten doen zoals vuistbijlen (zie de foto).
Ook zijn hier sporen te vinden van vroege hominidae (mensachtigen) van ca 800.000 jaar oud.
Een mooi voorbeeld waren voetsporen in de modder. Helaas was de foto hiervan niet zodanig dat deze geplaatst kon worden.
Ook zijn in dit gebied fossielen van bos-olifanten gevonden;deze zijn afkomstig uit het midden-pleistoceen.
Dick, heel hartelijk dank voor je last-minute lezing; het was aan de kwaliteit van je lezing niet af te zien dat je zwaar hebt moeten improviseren.
Ik geloof dat de 18 aanwezige leden het geheel met mij eens zullen zijn.
Hierdoor houden we de lezing van Achim Schwermann op 7 mei as nog tegoed!
Peter van der Berg
Lezing werkgroep Fosielen 09-04-2026
Werkgroepavond Fossielen op donderdag 09-04-2026
Onderwerp: Ordovicische zwerfsteensponsen
Inleider: Henri Jansen
Aantal aanwezigen: 17
Stokoude fossiele sponzen, gevonden in de zandafgravingen in Twente en het Duitse grensgebied, zijn al vanaf de tijd van meester Bernink in Denekamp en meester Sambeek in Enschede een begrip onder verzamelaars.
Op de bijeenkomst van de fossielenwerkgroep vanavond werden een aantal sponzen uit privécollecties mee genomen.
Op de tafel in de zaal lagen op die manier een fraaie uitstalling van topvondsten uit het Twents-Duitse grensgebied van deze rond de 450 miljoen jaar oude eigenaardige dieren.
Maar…….hoe komen ze hier terecht?
De sponzen zijn, samen met het zand van de afgravingen, via de prehistorische 'superrivier' Eridanos (of Eridanus) die gedurende een lange periode in het Mioceen, Plioceen en Vroeg-Pleistoceen (ongeveer 40 tot 2 miljoen jaar geleden) door Noord-Europa stroomde. Deze rivier speelde een cruciale rol in het vormgeven van het landschap, inclusief de ondergrond van het huidige Nederland en de Noordzee.
Hier zijn de belangrijkste kenmerken van de Eridanos:
- Herkomst en Loop: De rivier ontstond in de regio van de huidige Baltische Zee en Lapland. Hij stroomde dwars door het toenmalige noordelijke Europa naar het westen en mondde uit in het Noordzeebekken.
- Omvang: Het systeem was enorm en wordt wel vergeleken met de huidige Amazonedelta.
- Vorming van Nederland: Het zand dat de Eridanos aanvoerde, heeft grote delen van de ondergrond in het noorden van Nederland en de Noordzee gevormd. In Drenthe en op de Hondsrug zijn nog ontsluitingen te vinden van dit zand, dat dateert van vóór de ijstijden. Met het zand zijn ook vele fossiele sponzen meegekomen en in het Nederlands-Duitse grensgebied tussen Westerhaar en Wilsum afgezet.
- Einde van de rivier: Door tektonische dalingen en de zeespiegelstijging, in combinatie met de opkomst van Quartaire landijskappen, hield de rivier ongeveer 2 miljoen jaar geleden op te bestaan
Als eerste ging Henri kort iets algemeens vertellen over sponzen en hoe ze opgebouwd waren.
Een spons bestaat eigenlijk uit een 5-tal belangrijke “onderdelen”:
- De instroomopening
- Het pongocoel ( de grote centrale holte in een spons)
- Het osculum ( de uitstroomopening aan de bovenzijde van een spons)
- Het spicula (microscopisch kleine structuren van kalk of kiezel)
- De cortex (de buitenste laag van een spons)
De Spicula (enkelvoud: spiculum), ook wel sponsnaalden genoemd, vormen het inwendige skelet van de meeste sponssoorten (Phylum Porifera). Ze geven structuur, stevigheid en bescherming aan het anders zachte en beweeglijke lichaam van de spons.
Ze lijken onder de microscoop op door elkaar gegroeide sterren.
Als afsluiting van deze, voor een ieder zeer interessante lezing, liet Henri een aantal foto’s van sponzen uit zijn eigen verzameling zien die ik vervolgens met zijn toestemming mag publiceren op de website.
Na de PowerPointpresentatie van Henri is het woord aan de leden die wat willen vertellen over hun ‘mooiste spons of sponzen’ en het verhaal achter dit topstuk uit hun verzameling.
Vriendelijke groet
Peter van der Berg


































